Treesje was een oude dame
met een katje en een hond
en ze vond het zo vervelend
ook omdat ze ’t eenzaam vond
daarom nam ze zich enige diertjes
erg gezellig om haar heen
en ze noemde die verzameling
haar geliefkoosd huisgezin (huisgezeen als je wilt rijmen)

‘k heb zeven kippen en een haan
en een tamme pelikaan
en een hondje en een katje en een bokkie
en een lieve koekeroe
en een bonte kaketoe
en een konijntje in een pas geverfd hokkie
en een vinkie en een kraai
en een schele papegaai
die op ’t ogenblik geplaagd wordt door de luisjes.
en een merel en een spreeuw
en een opgezette leeuw
en een sigarenkistje met vier witte muisjes.

Heel de buurt ging aan het klagen
Vonden het een groot schandaal
Konden haast des nachts niet slapen
Van het vreselijk kabaal
Er waren er zelfs die zeiden
Dat ze wilde dieren had
Maar toen oude Trees dat hoorde
Riep ze : “Bennen jullie mal !
‘k Heb geeneen verscheurend dier
Luister maar eens even hier :