Refrein:
De oude juffrouw ukkie pukkie,
Had een smukkie van een pukkie.
’t Was d’r hartlap en d’r snoesie.
Gisteren gooide hassie bassie
Nog een vaasie van het kassie
En vanmorgen was ie foetsie
Ze loopt de hele dag te draaien,
Met haar houten been te zwaaien
En te vloeken als een Mexicaans bandiet.
Ja ze gaat er bijna dood an,
Wordt er driekwart idioot van,
Als ze d’r puk niet dood of levend weder ziet.

Laatst dacht ze dat de slager haar pukkie had gejat
En dat het arme beesie in een leverworstje zat.
Nu loopt ze heel de stad door,
Met een mesjogge kop
En van alle vuilnisbakken lichtte zij de deksel op.